share this post

on this page

Batterij en laadpalen combineren met zonnepanelen op één aansluiting klinkt als het logische eindplaatje: je wekt zelf op, je laadt je vloot en je slaat op wat overblijft. Op papier versterken die drie elkaar. In de praktijk hangen ze aan dezelfde kabel, en die kabel heeft een plafond dat geen rekening houdt met hoe goed je bedoelingen zijn.

Zodra dat plafond in zicht komt, ontstaat er concurrentie. Niet tussen jou en het net, maar tussen je eigen assets onderling. Hieronder de vier momenten waarop dat gebeurt, en de rekensom waarmee je vooraf ziet aankomen of het bij jou gaat spelen.

TL;DR

Zodra twee assets tegelijk iets schaars nodig hebben, wint niet de slimste maar degene die het snelst reageert.

  • Vanaf het moment dat je basislast plus je maximale laadvermogen boven je gecontracteerd vermogen uitkomt, is gelijktijdigheid geen theorie meer
  • Een batterij kan per dag maar één keer vol en één keer leeg. Wie twee pieken wil dekken, moet kiezen welke
  • Zon en batterij vechten om dezelfde invoedruimte, laden en batterij om dezelfde afnameruimte
  • Een gateway die de zon afknijpt terwijl de batterij nog ruimte heeft, doet technisch precies wat hem gevraagd is en kost je toch opwek
  • Netbeheerders rekenen af op kwartierwaarden: één ongelukkig kwartier bepaalt je maandfactuur

Je aansluiting is het plafond. Alles daaronder is een verdeelvraagstuk.

De situatie waar dit over gaat

Neem een all-electric bedrijfspand met een gecontracteerd vermogen van 320 kW. Op het dak ligt 400 kWp aan zonnepanelen, goed voor ongeveer 320 kW aan de omvormerzijde op een heldere dag. Op het terrein staan zestien laadpunten van 22 kW, samen 352 kW als ze allemaal tegelijk vol vermogen trekken. Daarnaast is er een batterij van 200 kW en 400 kWh. De basislast van het pand schommelt tussen 60 kW ’s nachts en 120 kW overdag.

Elk van die investeringen is apart verdedigbaar. Bij elkaar opgeteld kan de installatie meer vermogen vragen en leveren dan de aansluiting aankan. Dat is geen ontwerpfout. Het wordt er pas een als niemand bepaalt wie voorrang krijgt.

EMS CO2 reductie vastgoed: distributiecentrum met zonnepanelen en batterijopslag

Generated with AI

Batterij en laadpalen combineren met zon: vier momenten waarop het botst

1. De zon wordt afgeknepen terwijl de batterij ruimte heeft (zon tegen opslag)

Om 11:00 uur op een zonnige zaterdag draait de productie niet, staan er geen voertuigen aan de paal en levert het dak 280 kW. De basislast neemt 40 kW af. De resterende 240 kW moet ergens heen.

Wat er op locaties zonder centrale sturing gebeurt: de lokale gateway ziet de invoedgrens in zicht komen en knijpt de omvormer af. Dat is de snelste ingreep, en vanuit die gateway bekeken de juiste. Alleen stond de batterij op dat moment halfvol. Het correcte commando was niet “regel de zon terug” maar “stuur een laadsignaal naar de batterij”. Wat je overhoudt is een zonnecurve vol pieken en dalen, waarbij de installatie heen en weer schakelt tussen opwekken en afknijpen en er per saldo opbrengst verdwijnt.

2. Laden op het verkeerde uur (laden tegen zon)

Voertuigen die om 05:00 uur vertrekken, moeten daarvoor geladen zijn. Zonder sturing beginnen ze op vol vermogen zodra de stekker erin gaat, meestal direct na aankomst aan het eind van de middag. Twaalf voertuigen op 22 kW is 264 kW, boven op een basislast van 100 kW. Je zit dan op 364 kW tegen een contract van 320 kW.

Diezelfde voertuigen hadden de volgende ochtend tussen 10:00 en 14:00 uur kunnen laden op je eigen zon. Alleen stonden ze dan al op de weg. De laadsessie en de opwek passeren elkaar met acht uur verschil, en allebei verliezen.

3. De batterij die de piek verhoogt (opslag tegen laden)

Een batterij met eigen regellogica kijkt naar prijs of naar zijn eigen laadtoestand, niet naar het laadplein. Als hij besluit bij te laden op 150 kW terwijl er al 200 kW aan voertuigen hangt en de basislast op 100 kW staat, kom je uit op 450 kW.

De batterij die je kocht om je piek te verlagen, zet hem in dit kwartier zelf neer. En omdat de netbeheerder afrekent op je hoogste kwartier, staat die ene actie de rest van de maand op je factuur.

4. De batterij die op is als je hem het hardst nodig hebt (laden tegen laden)

Vrijdagmiddag in november. Iedereen wil zijn voertuig vol voor het weekend, dus de laadvraag piekt. De zon levert in die maanden weinig, en de batterij is die ochtend al deels ingezet om een eerdere piek af te vlakken. Uitkomst: er wordt nauwelijks geladen, of je gaat over je contractgrens heen.

Dit is het moment waarop de meeste ergernis ontstaat, want juist in het donkere seizoen is het laden van voertuigen vaak de belangrijkste reden geweest om de batterij aan te schaffen. Twee pieken op één dag, 400 kWh om te verdelen. Zonder prioritering vangt de batterij de eerste op en staat hij bij de tweede leeg.

De vuistregel: wanneer wordt dit jouw probleem?

Wil je weten of het bij jou speelt zodra je een batterij en laadpalen combineert? Je hebt daar geen meetcampagne voor nodig.

  • Afnamekant. Tel je basislast overdag op bij het maximale vermogen van je laadpunten. Komt die som boven je gecontracteerd vermogen, dan is gelijktijdigheid geen hypothetisch scenario maar een kwestie van tijd. In het voorbeeld hierboven: 120 plus 352 is 472 kW tegen een contract van 320 kW.
  • Invoedkant. Zet je omvormervermogen naast je laagste verbruiksmoment, meestal een weekenddag of een productiestop. Blijft er meer over dan je mag terugleveren, dan gaat er opwek verloren zodra je batterij vol is.
  • Batterijkant. Tel het aantal momenten per dag waarop je de batterij nodig hebt. Is dat er meer dan één, dan moet iemand bepalen welke voorrang krijgt. Een batterij van 400 kWh kan 200 kW gedurende twee uur leveren, en daarna niets meer tot hij is bijgeladen.

Blijf je bij alle drie onder de streep, dan heb je dit probleem niet en hoef je er ook geen oplossing voor te kopen. Kom je bij één van de drie boven de streep, dan werken je assets elkaar op gezette momenten tegen. Kom je bij twee of drie boven de streep, dan gebeurt dat dagelijks.

Distributiecentrum met laadplein, zonnepanelen en batterijcontainer als illustratie van flexibel vermogen

Generated with AI

Waarom losse regelaars dit niet oplossen

De meeste assets komen met hun eigen sturing. Een laadplatform doet load balancing voor bedrijven binnen het laadplein. Een omvormer beschermt zichzelf tegen invoedbeperking. Een batterijsysteem doet peak shaving op basis van de meting die het ziet.

Elk van die regelaars optimaliseert correct binnen zijn eigen blikveld. Alleen weet geen van hen wat de andere twee over vijf minuten van plan zijn. Drie systemen die reageren op elkaars gedrag leveren gedrag op dat niemand heeft ontworpen.

Daar komt bij dat die ingebouwde logica niet verdwijnt zodra je er sturing boven zet. Een batterij die tijdelijk geen externe commando’s accepteert, bijvoorbeeld door een communicatiestoring, valt terug op zijn fabrieksgedrag. Hij bewaakt dan alleen nog je contractgrens en doet verder niets van wat er gevraagd werd. Van buitenaf lijkt alles te werken: de voertuigen laden, de grens wordt niet overschreden. Alleen koop je op dat moment vermogen in dat in de batterij klaarstond.

Dat is ook logisch vanuit hoe de installatie tot stand komt. De partij die je PV levert kijkt naar je dak, de partij die je laadplein bouwt kijkt naar je parkeerterrein, en de batterijleverancier kijkt naar je kwartierpieken van vorig jaar. Niemand krijgt de opdracht om te kijken naar het moment waarop alle drie tegelijk actief zijn.

De RVO beschrijft in zijn toelichting op energieverbruik sturen waarom coördinatie boven de assets nodig is zodra er meerdere flexibele verbruikers op één punt hangen. Praktisch komt het hierop neer: je hebt één plafond en meerdere kandidaten die het willen opvullen. Verdelen vraagt om een instantie die boven de assets staat, niet ernaast.

Dat coördinatieniveau is precies waar een energiemanagementsysteem zit. In ons overzicht van welke soorten EMS er zijn lees je wat het verschil is tussen regelgebaseerde en voorspellende sturing, en waarom dat verschil groter wordt naarmate je meer assets toevoegt.

Wat dit betekent voor je volgende investering

Het grootste risico zit zelden in de assets die je al hebt. Het zit in de volgende die je erbij zet. Vier laadpunten extra kunnen de balans van het voorbeeld hierboven laten kantelen van krap naar structureel te krap, zonder dat iemand die vraag heeft gesteld bij de offerte.

Een energiesimulatie rekent die scenario’s vooraf door: welke combinatie van vermogen, opslag en laadcapaciteit past binnen je aansluiting, en in welke volgorde je die het beste plaatst. De uitkomsten zijn indicatief, maar ze laten wel zien welke configuraties op voorhand tegen het plafond aanlopen.

Wil je breder kijken naar wat er nog meer te sturen valt, dan geeft ons overzicht van energiekosten verlagen de andere knoppen, en gaat het artikel over congestiemanagement in op wat je met je flexibiliteit richting de netbeheerder kunt doen.

Van drie installaties naar één systeem

Wie een batterij en laadpalen combineert met zonnepanelen, loopt niet tegen problemen aan omdat de assets slecht gekozen zijn. Ze werken elkaar tegen omdat ze zijn ingekocht als drie projecten en draaien als drie projecten, terwijl ze fysiek één systeem vormen. De aansluiting weet dat allang. De assets weten het nog niet.

Wil je zien hoe jouw combinatie zich op één aansluiting gedraagt, en welke ruimte je nu laat liggen? We lopen het graag met je door aan de hand van je eigen profiel.

Veelgestelde vragen

Vanaf twee flexibele assets op één aansluiting is coördinatie al zinvol. Doorslaggevender dan het aantal is de verhouding: zodra je basislast plus je maximale laadvermogen boven je gecontracteerd vermogen uitkomt, ga je gelijktijdigheid merken.

Bij systemen met een geïntegreerde PV-omvormer moet je vanaf ongeveer 97 tot 98% laadtoestand actief een ontlaadcommando sturen om de zon te laten doorleveren. Loopt de batterij door naar 100%, dan kan de omvormer zichzelf uitschakelen en komt hij er niet vanzelf weer bij. Je verliest op dat moment niet alleen je overschot maar de opwek van dat hele systeem.

Dat hangt af van wat de batterij weet. Een batterij die op het juiste moment ontlaadt verlaagt je piek. Een batterij die bijlaadt tijdens een laadsessie verhoogt hem.

Alleen als er tussen die twee pieken genoeg tijd en ruimte zit om bij te laden, en als die ruimte niet wordt opgeslokt door je laadplein. Anders moet je kiezen welke piek voorrang krijgt.

Nee. Buiten congestiegebied speelt vooral het kostenaspect via je gecontracteerd vermogen en je maandpiek. In congestiegebied komt de fysieke beperking erbij, waardoor uitbreiden zonder sturing helemaal stil kan komen te liggen.

Volg ons

Het beste spul staat in de nieuwsbrief

Blogs zijn de samenvatting. Abonnees krijgen de diepere analyses, de eerlijke meningen en de inzichten die we niet zomaar overal delen. Meld je aan en blijf op de hoogte.